De techniek van haar werk is geïnspireerd op de traditionele mola-techniek die zijn oorsprong vindt in de Cuna-cultuur. Kenmerkend voor deze techniek is dat de figuren ontstaat door vlakken uit de bovenste laag stof te knippen en om te zomen, waardoor de onderliggende laag zichtbaar wordt.
De bovenlaag wordt zo een ‘schrift’ van tekens.

Zo maakt zij ‘vensters’. Zij kijkt naar de wereld om haar heen, in haar geheugen, of in haar fantasie. Alles is daar, maar door haar karakter,  ervaringen,  belemmeringen en  stemmingen kan zij maar een deel van het geheel toelaten in haar bewustzijn. Welk deel zij wel of niet kan zien en wat dat voor haar betekent, verandert in de tijd, soms zelfs van moment tot moment.
Door licht toe te voegen worden die veranderlijkheid, tijdelijkheid en geheimzinnigheid extra benadrukt.